Geraakt in mijn ziel, bang dat ik
viel. Gedragen op jouw vleugels, mag ik loslaten de
teugels. Getroffen door snik, lach en gebaar, beroerde
jij mijn snaar. Geen oordeel willen vellen, zijn het de
tranen die in mij wellen. Ik mag je aanschouwen, en mag
van je houden. Daar is iets dat mij raakte en
bewoog, het was geen god het was niet hoog. Het is je
mens zijn in de mens, die was warmer en liefdevoller dan
mijn grootste wens.
|
 Emotie, ook dit kwam in
één keer boven borrelen nadat ik voor het eerst, voor 100
procent al mijn muurtjes en bescherm meganismes in mij had
laten zakken. Dit gaf een heel andere inkijk in de wereld,
waaruit dit dan ook
ontstond. |